Ziekten & Afwijkingen

PRA (Progressieve Retina Atrofie)

PRA, ook wel nachtblindheid genoemd, is een erfelijke oogafwijking. Deze afwijking begint met nachtblindheid. De kat kan dus in het donker niet of nauwlijks wat zien. Dat kan zich bijvoorbeeld uiten in angst om in het donker naar buiten te gaan. PRA eindigt uiteindelijk in algehele blindheid. Het merendeel van de PRA-gevallen wordt vererfd door een autosomaal recessief gen (rdg), wat inhoudt dat een aangedane kat het gen van beide ouders moet hebben geerfd zonder dat de ouders zelf aangedaan hoeven te zijn. Ook heeft deze gedane kat al zijn of haar nakomelingen ‘opgezadeld’ met één PRA-gen. Een kleiner deel van de PRA-gevallen wordt veroorzaakt door een autosomaal dominant gen (Rgy). PRA kan worden vastgesteld door middel van een opt-halmscopische test, echter pas als de ziekte zich al openbaart. De ziekte kan tussen een leeftijd van drie maanden en zeven jaar openbaren, Er is geen medicijn of operatie die PRA kan verhelpen. Onze dieren zijn hierop getest en negatief bevonden oftwel schoon.

 

PL (Patella Luxatie)

Patella Luxatie betekent vrij vertaald “loszittende knieschijven”. Het is een erfelijke afwijking die bij alle katten maar ook bij andere dieren zoals honden voorkomt. PL is erfelijk, maar het is nog onbekend op welke wijze het vererft. Men vermoedt dat het onstaan ervan aan verschillende genen te wijten is: er is in elke geval niet één enkel gen aan te zijnzen dat het veroorzaakt. Een kat met PL heeft vaak moeite met springen en rennen en in extreme gevallen kan de knieschijf van zijn plaats schieten”. In ernstige gevallen kan de knie geopereerd worden. Het is de goede gewoonte van de meeste fokkers om de knietjes van de kittens en fokdieren standaard na te laten kijken door een dierenarts. Dit doet de dierenarts manueel, dat wil zeggen dat hij met de hand probeert hoe ver een knieschijf meegeeft als er druk op wordt geoefend. Men moet niet alle knieproblemen met PL verwarren want door een val of ongeluk kan de knieschijf eveneens ontwricht raken en dan is het een kniebeschadiging.

 

PKD (Polycystic Kidney Disease)

PKD, ook wel cystenieren genoemd, is een erfelijke ziekte die bij zowel huiskatten als raskatten voorkomt maar ook bij andere zoogdieren waaronder de de mens. Een kat die aan PKD lijdt, zal meerdere cysten (blaasjes in de nieren hebben die in de loop van de tijd in aantal zal toenemen. De cysten verhinderen nieren in toenemende mate om op een normale manier te werken. PKD heeft altijd een dodelijke afloop, omdat de nierfunctie uiteindelijk vrijwel uitgeschakeld wordt. De ziekte kan niet worden behandled. Wel kan een aangedaan dier een speciaal dieet voorschreven krijgen dat de nieren zo min mogelijk belast. Hiermee kan het proces niet worden gestop, maar zal de kat op een prettiger wijze wat ouder kunnen worden. Deze afwijking vererft dominant en berist op een enkel gen.: door simpelweg niet te fokken met dieren die aan de afwijking lijden, kan de ziekte worden voorkomen. PKD kan pas worden aangetoond vanaf een leeftijd van tien maanden door een echografie, uitgevoerd door een gespecialiseerde arts.

 

PKdef  (Pyruvaat Kinase Deficiëntie  bij de Abessijn en Somali.)

Pyruvaat Kinase is een enzym dat een belangrijke rol speelt bij de energiestofwisseling. Een tekort (deficiëntie) aan dit enzym leidt tot een tekort aan energie in onder andere de rode bloedlichaampjes (de erythrocyten) waardoor deze hun werk niet of nauwelijks kunnen doen en vroegtijdig afsterven. Hierdoor ontstaat er een tekort aan rode bloedlichaampjes. Uiterlijk zien we dan bleke slijmvliezen. We noemen dit bloedarmoede of anaemie.
Rode bloedlichaampjes zorgen voor het transport van zuurstof door het lichaam. Het zuurstof wordt gebonden aan het haemoglobine (de rode bloedkleurstof). Bij een vervroegd afsterven van de erythrocyten vindt een verhoogde afbraak plaats van haemoglobine (haemolyse). Dit gebeurt vooral in de milt, een deel van het haemoglobine (de haem-groep) wordt echter afgebroken in de lever. De reststoffen die hierbij overblijven (o.a. bilirubine) geven aan het bloedplasma een gelige kleur. Bij voldoende hoge concentratie kunnen de slijmvliezen, het wit van de ogen en zelfs de huid gelig verkleuren.

 

Hypertrofe Cardio Myopathie 1 (HCM1)

Hypertrofe Cardiomyopathie (HCM) komt bij vrijwel alle diersoorten voor, ook bij de mens. Hypertrofe Cardiomyopathie is de meest voorkomende oorzaak voor een plotseling hartfalen onder jong volwassenen. Dat geldt ook voor een aantal kattenrassen. De dieren overlijden aan hartfalen en aan thrombo-embolisme (bloedpropjes). Door diverse oorzaken kan de hartspier (het myocard) verdikken (hypertroof worden), waardoor deze zijn functie niet meer goed kan vervullen. Op basis van deze oorzaken wordt een onderverdeling gemaakt in primaire en secundaire hypertrofie. De hartspier verdikt uiteindelijk zodanig dat de normale functie belemmerd wordt en hartfalen ontstaat. Uiteindelijk ontstaat een zogenaamd overvullingsbeeld waarbij er vocht in de longen zit (longoedeem). De kat krijgt ademhalingsmoeilijkheden, vochtophoping en uiteindelijk sterft het dier.

 

Spinale Musculaire Atrophie (SMA)

Spinale Musculaire Atrofie (SMA) lijkt sterk op vergelijkbare afwijkingen bij mensen en andere diersoorten. De ziekte wordt gekenmerkt door verzwakking en atrofie (afbraak) van de spieren.

 

Kattenziekte

Kattenziekte wordt veroorzaakt door het Panleukopenie virus, dat een infectie veroorzaakt in het maagdarmkanaal. Tegelijkertijd sterft een belangrijk deel van de witte bloedlichamen van de kat af. Katten met kattenziekte hebben altijd hoge koorts, diarree die vaak bloederig is, ze braken en drogen heel snel uit. Kattenziekte is berucht vanwege de hoge percentage katten dat aan deze ziekte komt te overlijden. Wanneer de ziekte op zijn beloop gelaten wordt dan sterven negen van de tien volwassen dieren en (vrijwel) alle kittens. Wordt direct een behandeling ingezet dan is de kans dat het dier het overleeft groter. De behandeling van kattenziekte is echter langdurig en intensief. Omdat het afweersysteem van de kat niet meer kan functioneren liggen de bijkomende problemen op de loer. Elke bacterie of virus die voorbij komt kan vat krijgen op het dier en beginnende onstekingen die normaal gesproken snel de kop wordt ingedrukt door het afweersysteem, kunnen dan hun vrije gang gaan. Er is een uitstekende inenting tegen kattenziekte beschikbaar en de allereerste enting krijgt een kitten ongeveer op de leeftijd van negen weken oud en daarna op twaalf weken. deze enting herhalen per twee of drie jaar om te voorkomen dat de kat kattenziekte krijgt.

Niesziekte

Niesziekte wordt veroorzaakt door verschillende virussen, met name Calici en Rhinotracheïtis en Chlamydiae, een bacterie. Deze veroorzaken erge verkoudheidsverschijnselen  bij de kat: koorts, nmiezen, onstoken ogen en een vieze neusuitvloeiing. De meeste katten die besmet zijn met het virus hebben geen eetlust meer of willen niet meer drinken zoadat ze sneller verzwakken en kunnen uitdrogen. In tegenstelling tot kattenziekte heeft niesziekte zelden een dodelijk verloop. Dat kan wel het geval zijn wanneer een longonsteking bij komt kijken. Sommige dieren blijven hun hele leven lang chronisch verkouden nadat ze aan niesziekte geleden hebben. Een kat kan niesziekte oplogepen door direct contact met het virus, bijv. door een kat die niest en daarmee het virus verspreidt. Kittens kunnen op leeftijd van negen worden ingeent tegen de niesziekte en deze enting biedt ongeveer negen tot twaalf maanden bescherming. Echter de enting tegen niesziekte werkt nooit voor de volle honderd procent omdat niesziekte evenals griep verschillende oorzaken kan hebben. Chronische niesziekte dieren zijn altijd ‘verkouden’en kunnen zelfs regelmatig pussige neusuitvloeiing hebben . Aangezien katten hierbij ook veel niezen, kunt u voorstellen dat het niet hygiënisch is. Bovendien moeten chronische niesziekte patientjes regelmatig een antibioticumkuur slikken als de ziekte weer erg opspeelt.

 

FIP (Feline Infectieuze Peritonitis) 

FIP is een gevreesde kattenziekte waarover nog veel onduidelijkheden zijn. Het virus dat FIP veroorzaakt, bhoort tot de coronavirusssen. Coronavirussen worden door vrijwel elke kat in het maagdarmkanaal gedragen zonder dat de dieren er veel hinder van ondervinden. Darmonstekingen en als gevolg daarvan diarree, zijn de zwaardere sympthomen van een besmetting met een coranavirus. De ziekte FIP onstaat door een combinatie van factoren. Wanneer het coronavirus een mutatie ondergaat wat op zich regelmatig gebeurt, kan het kattenlichaam hierop reageren door antistoffen aan te maken. In veel gevallen weet het lichaam inderdaad korte metten te maken met het virus, in andere gevallen onstaat een reactie die ertoe leidt dat het dier FIP krijgt. Door een nog onbekende factor lopen de immuuncomplexen (dit zijn antilichamen die het virus omsloten hebben),min of meer vast in de bloedvaten, die daardoor gaan onsteken met het ziektebeeld als gevolg.

De symptomen van FIP variëren, maar altijd is het dier lusteloos, heeft koorts en weinig eetlust, en verkeert in een slechte conditie. Er zijn twee vormen bekend. Droge FIP en natte FIP.

Natte FIP uit zich in een opgezwollen buik en moeizame ademhaling. Pas nadat het dier overleden is of via een (pijnloze) buikpunctie bij een levend dier kan worden geconstateerd of er een ontsteking van het buikvlies en/of het borstvlies is (geweest), waarbij het lichaam op die plaatsen een strogele, draderige vloeistof heeft aangemaakt.

Doge FIP kan ontstekingen in vrijwel alle organen veroorzaken. Het probleem van met name droge FIP is dat het zo moeilijk aangetoond kan worden. Bloedtesten die antistoffen tegen coronavirussen aantoren , maken namelijk geen onderscheid tussen een normaal en gemuteerd virus. Aangezien alle katten wel eens in contact zijn geweest met coronavirusssen of deze met zich meedragem, zijn testuitslagen vaak positief en kan de hoeveelheid antistoffen die in het bloed aangetroffen wordt, variëren per dier en zelfs per periode. Testen is dan ook zinloos.

Daarom is FIP een ongeneeslijke ziekte die altijd een dodelijk verloop kent. Bij de droge vorm kan de dierenarts corticosteroïden voorschrijven dat vertraagt alleen en het stopt niet.

 

FIV (Feline Immunodeficiëntie Virus) 

FIV beter bekend als kattenaids is verwant aan Aids dat mensen treft (HIV) maar is absoluut niet besmettelijk voor mensen en vice versa. Een kat kan met dit virus besmet worden wanneer het rechtstreeks in de bloedbaan terechtkomt. Meestal gebeurt dit door vechten met een door FIV besmette kat, heel soms door paren en in zeldzame gevallen kan FIV van moederpoes op haar jongen overgaan. Het ziekte verloop is vergelijkbaar met “mensenaids”. Een met FIV besmette kat kan jarenlang geen enkel symptoom vertonen maar kan ook ineens snel ziek worden. FIV tast het afweersysteem van de kat aan zodat hij of zij gevoelig wordt voor allerlei problemen. Bekende ziekte syptomen zijn diarree, vermagering, tumorenvorming, koorts. Er kunnen allerlei infecties de kop opsteken en ontstekingen onstaan. FIV kan niet worden gegezen en heeft altijd een dodelijke afloop. Dit is 1 van de redenen dat fokkers hun dieren niet loslaat lopen. het is immers altijd mogelijk dat een aangedane buurtkat of zwerver de fokdieren besmet. Er wordt doorgaans door fokkers getest hierop als er gedekt wordt en zo weet u dat de kittens geen FIV hebben.

 

FeLV (Feline Leukemie Virus) 

FeLV, meestal kattenleukemie of virale kattenleukemie genoemd, is een dodelijke virusziekte die in verschillende vormen voorkomt. Net zoals bij FIV tast FeLV het immuunsysteem van de kat aan. FeLV kan vrij eenvoudig worden overgedragen op andere katten: eten katten uit hetzelfde bakje of verzorgen zij elkaars vacht, dan kan overdracht van het virus plaatsvinden. OOk kan een moeder haar (nog ongeboren) kitten besmetten. Het virus kan maar heel kort overleven in de buitenlucht. Katten moeten dus echt contact met elkaar hebben om het te krijgen. Veelkomende symptomen die bij deze ziekte worden aangetroffen, zijn daarnaast voortplantingsproblemen zorgen. (benauwdheid en verlamming).